|
PATIENT HAALDE HET NET
NIET NAAR DE STAD!
(Artikel door Zandra Sharpe
Sidney Australia)
Mr. Doug Harris gelooft dat hij een reis
heeft gemaakt van het leven naar de dood, maar het toch heeft overleeft
om het verhaal te kunen vertellen. 41/2 uur lang wankelde hij op de grens
tussen leven en dood. Maar terwijl de doktoren vochten om zijn leven te
redden, sloeg hij alles van boven af gade, in wat een der meest opmerkelijke
buiten lichaams ervaringen in de annalen geweest moet zijn. Nu
is hij een boek over aan het schrijven over zijn ervaring, met de titel
van "De Tijdloze toekomst".
Er is klaarblijkelijk een soort plaats voor ons buiten deze aarde, en
het is er zo vredig dat er niets te vrezen is!"--dat is
Mr. Harris' boodschap. Hij was in Manly Hospital voor verdere behandeling
voor kanker toen het drama begon. Zonder waarschuwing had hij een hartstilstand.
"Ik werd gewoon duizelig, kon niet meer ademen, en viel vervolgens flauw,
alles werd toen volledig zwart."
Een team van 5 doctoren begon wat zou worden een epische strijd om hem
te redden. "Het gekke ervan is, normaal houden ze er na ongeveer 30 minuten
mee op." zei hij. "Naderhand, kon niemand van hen mij een verklaring geven
waarom ze al die tijd ermee door gegaan zijn." Maar terwijl de doktoren
door werkten, begon Mr. Harris' buiten lichaams ervaring.
"Ik kan me herinneren in de boven linker hoek van de intensieve behandelings
kamer te zijn waar ik op mezelf en het team doktoren neer keek. Ik bleef
steeds denken, wat zijn die mensen allemaal met me aan het doen? Ik herinner
me dat ik er heel verbaasd over was,maar ik was totaal 'ont-lichaamd'
en had geen gevoel van aanraking en geen reukvermogen."
"Ik was elleen maar een gedachte vorm, een idee, een geest-vorm,
als je wil--en was aan het gadeslaan wat ze met mijn fysieke lichaam aan
het uitspoken waren." Zijn volgende herinnering is nog heel levendig.
"Ik voelde drie dingen tegelijkertijd--een plotseling gevoel van snelheid,
een gevoel van koude en een gevoel van reizen," zei hij.
"Ik was in een of andere kakie-kleurige geul, een soort van regenwater
afvoer, en reisde met zeer grote snelheid een paar centimeters
boven de grond. Ik voelde geen angst, alleen maar een grote
eenzaamheid. Ik dacht aan mijn familie en was bezorgd over hun welzijn.
Maar ik wilde ze op een of andere manier laten weten zich geen zorgen
over mij te maken, en dat ze niet ongelukkig over mijn weggaan hoefden
te zijn.
"Vervolgens mijlen
ver verwijderd verscheen er een stad. Het was net alsof je naar
Sidney kijkt van de verkeerde kant van een telescoop. Het baadde in
een zilver gouden licht. Het was ontzettend stralend licht
en de gebouwen waren kogel-vormig, driehoekig en kegel-vormig, maar
zonder ramen of deuren. Toen ik alles zag, was ik ontzettend verlangend
om daar te zijn. Ik voelde gewoon aan dat het iets heel moois was." "Ik
voelde dat ik een deel van dat alles was en dat ik er gewoon heen moest."
Maar op dat punt werd mijn vlucht naar voren gestopt. "Ik voelde iets
aan mijn enkels trekken, Ik stopte, en begon toen dezelfde weg terug te
gaan die ik gekomen was--alleen ruggewaards--opnieuw met zeer grote snelheid,
weg van de Stad. Ik kan me herinneren dat ik dacht, 'Ik heb het net niet
gehaald'."
Toen hij de druk op zijn enkels
voelde, zei Mr. Harris, voelde hij dat het zijn vrouw was. "Zij riep mij
terug--ze wilde me niet laten sterven. En toen was ik terug in de intensieve
behandelings kamer."
Zijn voornaamste indruk was er een van stilte.
"Ik heb nog nooit zo'n luide stilte gehoord. Het is moelijk je
zo'n stilte voor te stellen--en de stilte was heel indrukwekkend."
|
|
EEN
KLEINE JONGEN ZIET DE HEMEL EN ONTMOET GOD...
Toen zijn vader hem vroeg,
wat hij bedoelde, vertelde Mark hem wat er met hem gebeurd was die panische
avond twee jaar tevoren: "Ik zag verpleegsters en doktoren over me heen
staan die probeerden me wakker te maken. Ik vloog de kamer uit
en ging de wachtkamer in, waar ik Opa en Oma zag huilen en hoe ze elkaar
vasthielden. Ik denk dat zij dachten dat ik ging sterven."
Hij verklaarde toen dat hij een lange, donkere tunnel zag en dat
hij die omhoog kroop. Hij zei dat het moeilijk was om te kruipen zonder
een of andere hulp die hij kreeg, maar hij kon niet zeggen wie het was
die hem hielp. Aan het einde van deze tunnel was een helder licht
dat hem deed doorgaan. Aan het einde van die tunnel, vond hij een stralend
heldere plaats" en "hij rende met God door de velden."
Hij was heel geanimeerd toen hij zijn rennen met God beschreef. Hij zei
dat "je dubbel-springen kan in de Hemel" (een verklaring, toevallig,
die ik later van een andere patient hoorde) en zonder moeite rennen kan.
God vroeg hem toen of hij terug "naar huis wilde gaan" Mark zei "nee,"
maar God vertelde hem dat hij op een andere dag zou terugkomen.
EEN BRON VAN ENERGIE EN LICHT.
Een andere patient met een
B.D.E had de volgende ervaring:
"...Toen ik de bron van het licht bereikte,
kon ik naar binnen zien. Ik kan er niet aan beginnen om in menselijke
begrippen de gevoelens te beschrijven die ik had over wat ik zag. Het
was een gigantische oneindige wereld van kalmte, en liefde, en energie
en schoonheid. Het was alsof het menselijk leven ermee vergeleken,
onbelangrijk was. En toch spoorde het tegelijkertijd het belang van het
leven aan. Het stelde de dood voor als een middel naar een verschillend
en beter leven te gaan.
Het was allemaal 'wezen', 'zijn', allemaal schoonheid, allemaal betekenisvol
voor het hele bestaan. Het was alle energie van het Universum voor eeuwig
in éen plaats. "Toen ik mijn rechterhand er in stak, maakte een gevoel
van opwindende verwachting zich van mij meester. Ik had mijn lichaam niet
meer nodig. Ik wilde het achter laten, als ik dat nog niet gedaan had,
en naar mijn God gaan in deze nieuwe wereld."
GEEN NACHTEN EN GEEN KERKEN IN DE HEMEL!
Rebecca Springer aan het begin van deze Eeuw had de volgende
ervaring
Een Christelijke BDE.
"Ik
denk er vaak aan hoe ons geleerd was te geloven dat de hemel een plaats
was waar we gouden kronen zouden dragen en altijd met harpen in onze handen
zouden staan! Onze gouden kronen zijn de kransen van Zijn gezegende tegenwoordigheid
om ons heen; en we hebben geen harpen nodig om onze liederen van lofprijzing
te accentueren.
" We zien de kronen wel en horen de harpen der engelen wel, wanneer
en indien God dat wil, maar onze beste aanbidding is om Zijn gezegende
Wil te doen," zei Mae terwijl we omkeerden om te gaan. ....En zo praatten
we totdat het begon te schemeren. Er word mij vaak gevraagd of er Daar
nacht was. En ik moet met nadruk zeggen, 'in géén geval!' Wat we Daar
dag noemen was vol met een glorieuze schittering, een roze-achtig
gouden licht dat overal scheen. Er is geen taal bekend aan ons stervelingen
die deze wonderbaarlijke glorie beschrijven kan. Het vulde de hemel.
Na een periode die veel langer was dan onze langste aardse dag, werd deze
glorie minder en zachter totdat het een gloeiende vredige schemering
werd. De kinderen hielden op met spelen onder de bomen, de kleine vogels
nestelden zich tussen de ranken, en iedereen die bezig geweest was op
verschillende manieren gedurende de dag zocht rust en stilte. Maar er
was Daar geen duisternis, geen donkere schaduwen--alleen maar een
rustig zacht worden van de glorie.
Een
bezoek aan het meer en een blik op een Hemelse Stad.
Ik
hield mijn adem in, en stopte abrupt en bedekte mijn gezicht met mijn
handen om mijn ogen te beschutten voor de verheerlijkte scene. Ik zag
erop neer as iemand die maar half wakker was. Voor ons strekte zich een
meer uit, zo glad as glas, maar gehuld in een gouden glorie
ontnomen aan de ganse hemel hetgeen het er uit liet zien als een zee
van gesmolten goud. De bloesems en vrucht-dragende bomen groeiden
langs haar gehele oever. Ver.. ver weg over haar glanzende wateren rezen
de koepels en torens van wat een machtige stad scheen te
zijn. Veel mensen waren aan het rusten op haar met bloemen bedekte oevers,
en op het oppervlak van het water waren prachtig gevormde boten,
gevuld met blije zielen, voortbewogen door ongeziene krachten.
Boven ons zagen we een groepje van zingende cherubijnen,
die hoog boven ons over ons heen zweefden. "Glorie en Eer!" zongen de
kinderstemmen. "Macht en kracht!" werd er opgevangen en geantwoord door
de stemmen van de menigten beneden, "zijn voor Hem die op de troon zit,
en voor het Lamb voor altijd!" We stonden aan de kant van het meer; mijn
wangen waren bedauwd met tranen, en mijn ogen waren vochtig van emotie.
Ik voelde me zwak als een klein kind, maar oh, wat een verrukking, wat
een onuitsprekelijke vreugde vervulde en overmeesterde mij! Was ik aan
het dromen? Of was het inderdaad gewoon een andere fase van het onstervelijke
leven? Terwijl we toekeken, speelden groepjes van kinderen rond in vreugdelijke
vrijheid en er waren blije kreten van gelach die over het meer echo-den.
Nee, er was geen angst voor leed of gevaar; geen angst voor ziekte, of
bezorgdheid dat er een ongeluk zou gebeuren--veiligheid en vreugde
en vrede! "Dit is een gezegend leven," zei ik terwijl we daar stonden
en het sporten van de blije kinderen gadesloegen.
Bezoek
aan de Hemelse Citadel, maar zonder Kerken [--God zij dank!]
Ik
werd uit mijn gedachten geschud toen de boot het marmeren terras aanraakte,
en trof mijn broer er al op staan, die mij opwachtte om me te helpen aan
de wal te komen. Nadat we een kleine helling opgegaan waren, bevonden
we ons in een brede straat die het centrum van de stad binnenleidde. Ik
vond de straten allemaal heel breed en vlak, en geplaveid met marmer en
edelstenen van iedere soort. Hoewel ze gevuld waren met mensen die allemaal
verschillende plichten nastreefden, was er geen atoompje vuil, zelfs geen
stofje, waar dan ook maar ergens zichtbaar. Er leken uitgebreide zakenhuizen
te zijn van allerlei soorten, alhoewel ik niets zag dat op onze grote
handels vestigingen leek. Er waren ook veel colleges en scholen; veel
boeken en muziekwinkels en uitgevers; verscheidene grote handwerk inrichtingen
waar, vernam ik, de fijne zijden draden gesponnen werden in veelvuldige
kleuren die zo uitgebreid toegepast werden in het weven van de gordijnen
die ik reeds vermeld heb. Er waren kunstkamers, gallerieen met schilderijen,
bibliotheken, veel collegezalen en grote auditoria.
Maar ik zag géén kerken van wat voor soort dan ook. Aanvankelijk verwarde
dit mij een beetje, totdat ik me herinnerde dat er geen credos in de Hemel
zijn, maar dat iedereen samen in harmonie en liefde aanbid--kinderen van
een en dezelfde liefhebbende Vader. "Ah," dacht ik, "wat jammer dat dit
feit, als geen andere in de grote Hemelse ekonomie geproclameerd kon worden
aan de inwoners der Aarde! Hoe het weg zou doen met kleinzielige contenties,
jaloezien en rivaliteiten van de strijdende Kerk! Geen credos in de Hemel!
Geen controversiele doctrinaire punten! Geen aanklachten van ketterij
gebracht door de ene belijdende Christen tegen de andere. Geen opbouwen
van één geloofsrichting op de ruines of ineenstorting van een andere secte!
Maar een grote universele broederschap wiens hoofd Christus is, en wiens
hoeksteen liefde is." Ik dacht aan de dag dat we in het grote auditorium
thuis geluisterd hadden naar de goddelijke lezing van onze geliefde Meester;
en aan de gebogen hoofden en opgelichte stemmen van die grote menigte
toen iedere stem zich voegde in de glorieuze hymne, "Kroon Hem Heer van
alles," en ik geweend kon hebben toen ik dacht aan de gezichten die op
zekere dag in schaamte gebogen moeten worden als zij zich herinneren hoe
vaak zij in het stervelijke leven zeiden tegen een mede-Christen, "Sta
terzijde; ik ben heiliger dan gij!"
We zagen nergens woonhuizen in het midden van de stad,
totdat we in de voorsteden aankwamen. Hier stonden zij in grote pracht
en schittering. Maar een heerlijk feit was dat ieder huis zijn eigen grote
tuin bezat, vol met bomen en bloemen en heerlijke paden; indeed, Het was
overal, buiten het zaken centrum van de stad, net als een uitgebreid park
met lieflijke huizen doorspekt. Er was veel dat mij charmeerde, veel dat
mij verbaasde in deze grote stad, waarover ik niet volledig spreken mag,
maar hetgeen ik nooit vergeten kan. We ontdekten op een bepaalde plaats
een heel groot park, met paden, boulevards, fonteinen, miniatuur meren
en overschaduwde zetels, maar geen huizen of gebouwen van wat voor soort
dan ook, behalve een immense kringvormige tempel die de capaciteit had
om grote menigten te zetelen; en waar, vertelde mijn broer me, zich dagelijks
op een bepaald tijdstip een serafijnen koor verzamelde om de oratoria
te geven die geschreven waren door de grote musikale componisten der Aarde
en van de Hemel. Het was net vertrokken, en de menigte die haar goddelijke
muziek genoten had hingen nog steeds rond, alsof ze weigerachtig waren
om een een zo heilige plek te verlaten
EXCERPTS VAN HAAR BIJNA DOOD
ERVARING BOEK "BINNEN DE POORTEN!" DOOR REBECCA SPRINGER
VOOR EEN BIJBELS
OVERZICHT VAN HET PARADIJS
EN DE HEMEL
KLIK OP...


© Site Copyright 1999 "Beyond the
Stars Productions"
|